Rijbewijs
Op 1 oktober 2006 werd in Nederland het roze, papieren rijbewijs vervangen door het huidige plastic kredietkaartformaat. De voornaamste reden was de betere beveiliging tegen fraude en vervalsing. Het beveiligingsniveau van het nieuwe rijbewijs werd vergelijkbaar met die van het Nederlandse paspoort en de identiteitskaart. Bovendien zou Nederland met het nieuwe rijbewijs in de pas lopen met bijna alle EU-lidstaten. Het rijbewijs zou - net zoals de overige identiteitsbewijzen - op een centrale plek worden geproduceerd.
Afgifte van het rijbewijs
In Nederland worden examens voor rijbewijzen afgenomen door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen en het Bureau Nader Onderzoek Rijvaardigheid. Een rijbewijs wordt afgegeven door de burgemeester van de woonplaats waarin diegene woont en is sinds 1 oktober 1986 tien jaar geldig. Na het zeventigste jaar is het rijbewijs hoogstens vijf jaar geldig. Voor het behalen van een rijbewijs moet men tenminste 18 jaar oud zijn, in sommige gevallen 21 jaar. Sinds 1 januari 2005 moeten houders van rijbewijs C (vrachtwagens) en D (autobussen) bij iedere verlenging een medische keuring ondergaan. De keuring moet door een ARBO-arts worden gedaan. Deze regel is ingevoerd om te kunnen voldoen aan Europese regelgeving op het gebied van de rijbewijzen. Als men 70 jaar of ouder is, moet bij de verlenging van elk rijbewijstype een medische keuring plaatsvinden.
De kosten van een nieuw rijbewijs verschillen enorm. De prijs van een rijbewijs loopt per gemeente uiteen van 21,90 euro tot 60 euro in 2007
Bekijk de prijzen voor het rijbewijs per gemeente
Puntenrijbewijs
Het beginnersrijbewijs, vaak ookwel puntenrijbewijs genoemd, is sinds 30 maart 2002 een nieuw type rijbewijs voor beginnende bestuurders. Iemand is een beginnend bestuurder tijdens de eerste vijf jaren na de datum waarop aan hem of haar voor de eerste maal het rijbewijs is afgegeven. Het rijbewijs bevalt als het ware drie punten. Wanneer de beginnend bestuurder binnen de eerste vijf jaar een met name genoemd verkeersdelict pleegt, raakt het een punt kwijt. Als men drie punten kwijt is, wordt automatisch het rijbewijs ingevorderd. De bestuurder in kwestie verkrijgt het rijbewijs niet terug totdat hij of zij een theorie- en praktijkproef succesvol aflegt, die vergelijkbaar is met het gewone rij-examen. De gedachte achter het puntenrijbewijs is dat de beginnend bestuurder minder snel verkeersdelicten zal plegen, aangezien het na drie overtredingen het rijbewijs wordt ingevorderd. Feit is dat bij een groot aantal verkeersongevallen beginnende bestuurders betrokken zijn. Door deze maatregelen hoopt Justitie dat te verminderen.
De verkeersdelicten die zorgen voor een punt aftrek zijn de volgende:
- Algemeen gevaarzettend verkeersgedrag (artikel 5 Wegenverkeerswet)
- Dood of toebrengen van (zwaar) lichamelijk letsel (artikel 6 WvW)
- Bumperkleven ofwel onvoldoende afstand houden (artikel 19 RVV)
- Forse overschrijdingen van de maximumsnelheid (vanaf 30 km/h te snel, inclusief de wettelijke correctie)
- en andere overtredingen van de verkeersregels als daarbij letsel of schade is ontstaan.
Voorwaarde voor invordering van het rijbewijs is, dat de beginnend bestuurder in die vijf jaar drie van deze verkeersdelicten heeft begaan en daarvoor of een bekeuring heeft gehad of door de strafrechter is veroordeeld.
Het voorlopig rijbewijs wordt na het vijfde jaar automatisch omgezet in het definitieve rijbewijs.

